Tot op het bot (NL)
De schilderijen van Paul De Rijck zijn boeiend in meer dan één opzicht. De kunstenaar heeft ons veel te zeggen en zegt dit goed. Voor hem is ook de vorm even belangrijk als de inhoud. Dit betekent dat hij zijn uitzonderlijke bedrevenheid in dienst stelt van een fantastische (ver)beelding: tezelfdertijd waanzinnig en ‘onverbiddelijk’. Er zijn bindingen met de traditie van de Oude Vlaamse meesters, die zo dikwijls de verbeelding van schrijvers en dichters gevoed hebben, en wiens uitstraling de grenzen van Vlaanderen ver overschreden.
Paul De Rijck regisseert, tegen de achtergrond van onrustbarende, woelige landschapen, bezeerde wezens, mensen of beesten, die hun innerlijke geheimen prijsgeven via ingewanden en spieren. We bevinden ons aan de uiterste grens van een pijnlijk overlevend universum. De aarde, de wereld met zijn bewoners drukken zowel leed uit als revolte, en was er niet af en toe de aanwezigheid van een hiëratisch vrouw/mens, godin en beul tegelijk, die op miraculeuze wijze ontsnapt aan de totale degeneratie, men zou zich, onpasselijk wordend, omdraaien als van een ondraaglijke voorstelling. Maar de duivelin , van wie het verdere verloop van het drama afhangt is alomtegenwoordig, als een leidster van een wreed spel, waarover ze de macht bezit er een eind aan te maken.
Stérke schilderijen, meestal aan de hand van wonderlijke miniatuur–ontwerpen van een verbazingwekkende precisie. Men komt er, bij wijze van toeval, vrouwelijke profielen in tegen van J.Van Tuerenhout, monsters van Lebenstein en de ijzige onverstoorbaarheid van anatomische gravures.
Een kunst buiten het gewone, onverwacht en hartverscheurend, die men zich zal blijven herinneren.
Stéphane Rey
L’Echo de la bourse 15/5/1993
Galerie 2016
23.4 - 22.5.1993