Het ABC der mysterieuze afwijkingen (NL)

Reeds bij het eerste aanvoelen van Paul De Rijck’s schilderijen weet je zeker : dit werk pakt je in. Het is een reis door tijd en ruimte, waar je stof en emotie niet kunt scheiden. Als het wezen der dingen je boeit en je geen genoegen neemt met de antwoorden van de traditionele systemen en stelsels van religie en wetenschap, wacht je een tocht vol verrassingen, maar ongetwijfeld ook van herkenning.

Het werk van De Rijck confronteert je met vragen, met dromen en verlangens. Maar eveneens, en niet in het minst , met krachten die de geest penetreren, en ook, na de onstuimigheid van de confrontatie , met de rust die de liefde uitstraalt.
De Rijck’s schilderijen vertolken de kracht van de filosoof, de kunstenaar, die een wereldbeeld aanvoelt en in zich draagt, lang voor het gemeengoed is geworden. Hij verwoordt zijn visie meesterlijk in het samenspel van technisch vakmanschap en een - op het eerste gezicht- vreemde beeldspraak. Vreemd omdat ze de toeschouwer, die met zijn diepste ‘ik’ wordt geconfronteerd, in verwarring brengt. Misschien zal hij spontaan wat afstandelijk reageren. Niet iedereen kan immers tot de kern der dingen doorstoten.
Wie dit wel doet, wacht een boeiende wereld. Een wereld die nooit af kan zijn, maar steeds weer nieuwe perspectieven biedt.

De Rijck balanceert op de rand, in de schemerzone: zijn kracht is het visioen. De klassiek afgelijnde begrippen als verleden en toekomst, fictie en realiteit, passen niet in dit visioen. Paul De Rijck’s werk past niet in een vakje; het zet je aan het denken als de vragen waarom, vanwaar, waartoe ...je blijven boeien. Vragen die niet alleen de kunstenaar bezig houden, maar ook de wetenschapper en de filosoof. Overigens verwerpt de moderne wetenschapper in zijn zoektocht naar het begin en het einde van het kosmische gegeven, niet zomaar de verbeelding van de kunstenaar als paradigma.
In sommige werken van De Rijck is de associatie met de moderne kosmologie trouwens niet ver weg. In die zin zijn de ’mysterieuze afwijkingen’ mogelijk de toekomst van morgen...
Kijken naar Paul De Rijck’s werk is meteen kijken naar vakmanschap. De Rijck heeft de plastische kunst in zich. Hij slaagt erin zijn innerlijke ervaringen en gevoelens weer te geven met een technische vaardigheid die refereert aan die van virtuoze en illustere voorgangers.

Figuur en landschap zijn de twee constanten in Paul De Rijck’s werk. Het landschap is echter geen landschap, geen waarneembare realiteit. Het is een uitdrukking, een interpretatie, een innerlijk spanningsveld. De Rijck heeft het over ‘inwendige reservaten’. In die reservaten bouwt hij zijn eigen bijzondere wereld, een virtuele werkelijkheid met meerdere dimensies, hoewel er tussen visioen en realiteit meer raakvlakken zijn daar we doorgaans vermoeden. De figuren zijn teder en zacht , en toch stralen zij de serene kracht van het pure uit. Vaak zijn ze door weemoed getekend. De toeschouwer dient zelf uit te maken of het gaat om de weemoed van het weten, of de weemoed van de verwachting. Paul De Rijck’s werk is expliciet niet fatalistisch noch cynisch, integendeel, het stemt je tot nadenken en tegelijk slaagt het erin je diep te ontroeren.

Rudi De Koker / 1996