Onderhuids (NL)
In een fantastische sfeer, verwant aan het werk van Gustave Moreau, doorbreekt de Belgische schilder Paul de Rijck de uiterlijke verschijningsvormen om de mysteries van het ontoegankelijke te ontdekken. Onder de opperhuid wijdt hij zich aan poëtische dissecties. Voorbij het leven en buiten de tijd integreert hij, voorzien van een visionaire parfum, de Egyptische grafkunst.
Op de wegen der dubbelzinnigheid ontmoet Paul De Rijck emblema-tische vrouwen.
Met gesloten ogen en met een uit organische elementen samengestelde tiara op het hoofd verschijnen zij alspriesteressen van het embryonale leven en van de dood. Door hun dierlijk- organische vormgeving doen zij denken aan hersenschimmen.
Overtuigd van hun kennis schrijden ze zelfverzekerd voort of blijven in meditatieve houding staan.
Als een inzamelaar van dromen op het kruispunt van mythen en verdwenen beschavingen integreert
Paul De Rijck de atmosfeer van de Oud- Egyptische riten. Die oerbronnen, zijn “antropotheken”,
brengenmutant- profielen voort, met een ongekend mysticisme.
Van de mysteries van de ziel stapt hij over naar de mysteries van de organen
Zoals de Etruskische horuspex, de offerzieners, lijkt hij lever en hart te onderzoeken om er een lotsbestemming in te ontdekken.
Met een perfecte beheersing van de techniek, speelt de schilder met transparanten, en brengen de vormen elkaar voort onder het vernis. Zoals een hedendaags vorser kiest de kunstenaar voor bloedstalen en uitvergrotingen om de vormen te onderzoeken. Hij speelt met hun grilligheid om er barokke kleurschakeringen uit te putten en gaat net niet tot het weergeven van de hersenen, het meest fabuleuze van alle organen.
Verscheidene werken accentueren hun theatraliteit door de contrasten, die twee werelden met elkaar verbinden: een stralende nevel boven een suggestief landschap omringt een centraal “ verdicht” element, als een bodemmonster van een geoloog, dat aspecten uit het ondergronds leven onthult. Het volleerd métier van de kunstenaar laat hem toe complexe organische materies zoals doorschijnend vlies, chitine en hoornstof weer te geven. Dat tegen de verbeelding ingaand realisme verbindt hem met het surrealisme maar hij gaat veel verder. Hij roept niet uitsluitend onmogelijkheden op, hij stelt de elementen onder elkaar volledig opnieuw samen om er zijn eigen wezenlijke inhoud aan te geven.
De tijdloze geest in het oeuvre van Paul De Rijck weerspiegelt zich eveneens in de manier van schilderen. Aangebracht op een houten drager is de kleur fijn en dun geplet als perkament. Het licht wordt erin gefilterd en is schemerachtig zoals door de maan beschenen kleurlagen. De “afdruk” benaderend varieert de kleurtonaliteit nochtans eindeloos, met verbazingwekkende tintschakeringen en zeer geraffineerde details. Ook aan de presentatie van de werken wordt zeer veel zorg besteed; ze worden vaak omgeven door een achtergrond met discrete wervelingen, die als kader fungeert en waardoor de werken hun intimiteit bewaren.
Laurence Carducci
(CH) L’Express 24 oktober 1996
(CH) L’Impartial 24 oktober 1996
Vertaling: Willy Devos